Overleven in Griekenland

Uitgenodigd worden voor een gratis vakantie naar Griekenland. Wie wil dit niet. Mijn zwager Jaap had onverwacht een financieel meevallertje en voelde zich geroepen het gezegde 'van je familie moet je het hebben' waar te maken. Onmiddellijk dirigeert de goudfazant zijn vriendin Marion achter de pc.

Na een dag of twee zich de blubber te hebben gesurft - iedereen wil eind september naar de zon - stuit ze op een heerlijk kleinschalige accommodatie. Om precies te zijn in Lalyssos, lekker dicht bij Rhodos-stad. Nee, geen massatoerisme voor dat stel. Daar zijn ze niet voor te porren.


Logisch dat Elly en ik er niet over prakkiseren om daarover in debat te gaan. Als extraatje heeft Marion, uiteraard met instemming van de geldschieter, een survival in het programma opgenomen. Direct moet ik denken aan de survival in de Ardennen van Tennisvereniging Buytenwegh jaren geleden onder leiding van de kolonel b.d. André. Wat een geweldig avontuur was dat. Marion verstoort mijn zoete herinnering met haar verontschuldiging dat het een georganiseerde dagtocht is. Haastig voegt ze eraan toe, dat het beslist geen toeristisch uitje wordt. Dat heeft ze namelijk gelezen op de spannende site van Nikos Papas. Niks voor watjes, waarschuwt de succesvolle Griekse overlever. Alert van Marion dat ze heeft uitgevogeld dat Rhodos niet bijzonder in trek is bij bootvluchtelingen. Dat ze ons waarschuwt onze waterschoenen vooral niet te vergeten, tekent haar. Nog maar zeventien nachtjes slapen reken ik snel uit.

Met een huurauto achter de hostess aan arriveren we met een internationaal gezelschap van twaalf avonturiers bij een vergeten stukje Rhodos. Een ruig en bergachtig gebied waar geen mens wat te zoeken heeft. Gek genoeg staat vlak bij een ravijn een kleine vrachtauto met open laadruimte en een openstaand portier. Een stukje verderop onder een boom een verzameling lege wijnflessen rondom een slapende man. Zeker een dronkaard die zijn roes ligt uit te slapen, denk ik. Naast hem een vrolijk kwispelende bastaardhond. Wijzend naar de uitgetelde man van een jaar of zestig, zegt de hostess dat Nikos na gisteravond kennelijk nog niet helemaal bij de mensen is. Ze vraagt Elly om de man in een verfomfaaid Trio Hellenique-shirt en met een gerafelde, witte sjaal om zijn hoofd geknoopt even wakker te kussen. 'Gegarandeerd knapt hij daarvan op,' licht ze toe. Natuurlijk wil mijn lief geen spelbreker zijn en kust ze hem vol op zijn lippen. Inderdaad ontwaakt de prins ogenblikkelijk en springt als een jonge hond overeind. Met: 'Good morning folks. Are you ready for Nikos?' geeft de onorthodoxe Griek direct zijn visitekaartje af.

Met een brede lach op zijn opvallend gladde, rimpelloze gelaat leidt hij ons naar het aftandse vehikel dat kennelijk ons transportmiddel moet voorstellen. Dat de laadruimte ervan veel te krap is voor het vervoeren van de twaalf liefhebbers van een avontuurtje, is volgens Nikos geen onoverkomelijk probleem. Zijn oplossing is simpel. Met z'n negenen in de bak, een op de motorkap en twee op het dak. Na een paar valse starts lukt het Nikos de zwaar overjarige en gehavende bak - overal krassen en deuken - zowaar aan de praat te krijgen. Ongezond puffend en pruttelend brengt het oudje ons even later naar boven. Het ijzingwekkende ravijn aan de rechterzijde van het smalle paadje vol gevaarlijke uithollingen overdwars deert de chauffeur niet. De twee stoere Amerikanen op het dak daarentegen staan doodsangsten uit en schreeuwen bij iedere bocht moord en brand. Om de yanks gerust te stellen roept Nikos naar boven: 'Don't worry guys, be happy'.

De ochtendkus van Elly heeft de specialist in overleven inderdaad goed gedaan. Onophoudelijk zingt hij namelijk de eerste tonen van het overbekende Sirtakiliedje 'De dans van Zorba'. Voor een vrolijk Brabants stel reden genoeg om in te haken als op een 25-jarig huwelijksfeestje. Na een poosje moeizaam klimmen krijgt de auto het benauwd en brengt Nikos zijn Ferrari, zoals hij zijn bolide liefkozend noemt, tot stilstand. Het gaat nu echt gebeuren; we gaan de jungle in, denk ik. De groepsleider waarschuwt voor spekgladde keien in de snel stromende beekjes. Het is namelijk niet de bedoeling om onderuit te gaan en ledematen te breken. Ook vraagt hij of we allemaal in het bezit zijn van een zwemdiploma.

Jammer genoeg merk ik al direct dat de zolen van mijn waterschoenen aan de dunne kant zijn. Om de haverklap boren gemene, puntige keitjes zich in de onderkant van mijn voeten die kortgeleden door de pedicure grondig onderhanden zijn genomen. Zachte, vrijwel eeltloze voetjes dus. Aangezien die keien zich overal onder de waterspiegel hebben verstopt, krijg ik al snel een bloedhekel aan die krengen van dingen. ‘Shit,’ hoor ik Jaap op een gegeven moment roepen als hij weg slipt. Atletisch als hij nog steeds is, lukt het hem zich op het nippertje staande te houden. Apart is, dat de hond, die drie jaar geleden aan Nikos is blijven kleven, ons scherp houdt door middel van aanmoedigend geblaf vanaf de kant.

Gelukkig pauzeert onze voorloper na een half uurtje. De entertainer ontpopt zich onverwacht als een heuse natuurkenner. Bij elke stop geeft hij een inleiding over bijzonderheden van de natuur om ons heen. Hij vertelt over de vele kruiden die er te vinden zijn. Over de bijzondere fruitsoorten. Over bloemen, vlinders, vogels en vissen. Los van de interessante vertelsels komen die stops mij eerlijk gezegd best goed uit. Om even bij te komen. Want, het doorlopend moeten klauteren in een buitengewoon ontoegankelijk gebied waar geen normaal mens zich waagt, vreet energie. Evenals het soms tot je middel door het water waden. En natuurlijk die verdomde grote en kleine scherpe keien die almaar mijn voeten teisteren. En niet te vergeten, de absolute must om constant scherp te blijven om niet onderuit te gaan. Want dat hebben we Nikos bij aanvang plechtig moeten beloven.

Na een paar uur zwoegen, houdt Nikos de groep op een kruising van beekjes staande en vraagt of het al lunchtime is. Iedereen roept ‘yes’. Kennelijk ben ik niet de enige die al een poos met een knorrende maag rondloopt. Als in een Grieks sprookje zijn er voor iedereen boven het snelstromende water hangmatten bevestigd. ‘Relax while I prepare the lunch,’ roept Nikos en loopt naar zijn natuurkeuken even verderop. Pannen en schalen vol groente, fruit, brood en vlees op een mega houten tafel. Voor de liefhebbers is de drank in de koelkast te vinden, zegt hij en wijst naar de flessen in het water. Na een halfuurtje roept hij, dat het lopend buffet gereed is. Met een brede grijns op zijn gezicht vult Nikos onze borden met een ongelooflijke schotel gyros met alles erop en eraan. Een maaltijd waar menige Griek in Nederland een puntje aan kan zuigen. Natuurlijk vloeien wijn en bier rijkelijk en voelt iedereen zich in de hemel. Wat een heerlijke survival; wat een prachtvent, die Nikos, denk ik bij het smullen.

Logisch dat het even moeilijk is om, na al het lekkers, weer op gang te komen. Niettemin bereiken we, weliswaar behoorlijk afgepeigerd, maar zonder kleerscheuren tegen vier uur het eindpunt van onze enerverende tocht. Nadat Nikos, zoals een goed reisleider betaamt, twaalf koppen heeft geteld, informeert hij of iedereen op de been is gebleven. ‘Yes,’ roepen we met z'n allen ferm. ‘I am proud of you, my friends. You deserve an icecream from Nikos,’ roept hij en loopt vervolgens naar een auto even verderop. Uit de kofferbak ervan tovert hij een grote bak ijs tevoorschijn. ‘From a friend in the village who runs a shop.' ‘Yes,’ roept iedereen blij als een kind met het ijsje. Fideel van Nikos dat hij zijn hond Doggy niet vergeet. Gulzig slobbert het beest de twee bolletjes van een schoteltje op.

wimquist.nl

Column overzicht