Column Wim Quist:Theodoor

Verbaasd las ik op de site van tennisvereniging ALTV dat Jan en Robin in de halve finale herendubbel zijn uitgeschakeld. Shit dat ze het niet hebben gered, want ik had er vast op gerekend zondag bij de finale van mijn teamgenoten te zijn. Wat moet ik in godsnaam nu op zo'n zondagmiddag in mijn dooie uppie.


‘Stel je niet zo aan. Ik kan er toch niets aan doen dat die twee hebben verloren en dat jij geen zin in ALTV hebt, omdat jij daar niets te zoeken hebt. Waarom ga je niet lekker naar Scheveningen,’ probeert mijn lief mij uit het dalletje te praten. ‘Ideaal weer voor een flinke strandwandeling. Lekker uitwaaien en je hoofd leeg maken. Dat doe je toch zo graag, ruimte maken in je bovenkamer. Natuurlijk ongelukkig dat mijn High Tea met de meisjes bij Leonidas in Delft niet anders gepland kon worden. Maar, ik ben om een uur of half vijf al weer thuis. Dan kunnen we daarna nog wat gezelligs doen. Dus niet grienen nu. Toedeloe.’

Na een wandeling Pier – Zuiderstrandtheater vv bereik ik het Kurhausplein om koffie te gaan drinken. Zoals gewoonlijk duik ik op het terras bij La Galeria. Daar zit je zo fijn en is de cappuccino Italiaans. Bovendien kan je er zo lekker poppetjes kijken. Er is namelijk altijd wel wat te beleven op het plein, waar sinds een paar jaar Wim Kan en Corrie Vonk hand in hand de wacht houden. Ditmaal is er een Countryfestival aan de gang en is het plein bezaaid met dansers en publiek.
 
Omdat ik vanaf het terras niet goed kan overzien wat er allemaal gebeurt bij het muziekpodium, reken ik snel af en loop ik naar de place to be. Jammer dat er geen enkele zitplaats vrij is op de circa dertig geplaatste houten banken. Dan maar staand genieten van de, uit de States overgewaaide folklore, en hopen dat er snel een zitplaats vrij komt. Meer dan honderd mannen en vrouwen schat ik, die in een formatie van rijen van circa vijftien mensen per rij, allemaal dezelfde danspasjes uitvoeren. Line dance uiteraard op countrymuziek. Vrijwel iedereen is uitgedost in zwarte kleding, een donkere zonnebril, een cowboyhoed met veer en laarzen met robuuste gespen. Duidelijk dat ze zich hebben uitgesloofd er zo Country mogelijk uit te zien.

Bij line dance moet ik aan ons voormalig lid Bram denken. Lang voor hij zijn geluk ging zoeken in Portugal, runde hij aan de Herengracht in Den Haag een restaurant. Als een soort voorafje liet hij een stuk of zes line danseressen opdraven. Allemaal beauty’s waren het, waardoor je al voor je eerste hap, je vingers aflikte. Wat een plezier hadden we met die groep van onze tennisclub.

In de kolossale tent recht tegenover het Kurhaus speelt een band met een leadzanger met een zachte 'g'. Folklore, plezier en gezelligheid op het plein waar de waterfontein logisch buiten bedrijf is. Dansende mannen en vrouwen van veelal 50+ waaronder opvallend veel oldies van Indonesische en Surinaamse komaf. Direct valt mijn oog op een tenger Indobinkie van een jaar of zeventig met grote, zwarte zonnebril en een enorme zwarte cowboyhoed. Met zijn duimen losjes hangend in de broekzakken van zijn zwarte spijkerbroek beweegt hij soepeltjes op het ritme van de muziek. Onverschillig kijkt het ketelbinkie het universum in. Inderdaad, buitengewoon stoer.

Na een minuutje op tien komt er gelukkig een plekje vrij. Vliegensvlug nestel ik me naast een man met een doorleefde kop en een paar wenkbrauwen als Ruud Lubbers. Borstels. Een dikke tachtiger schat ik hem. De ouwe schuift ietsje op, zegt 'hoi' en geeft me een slap handje. 'Theodoor,' zegt hij. De man met een literpul bier voor zich blijkt een line danser in ruste te zijn. Onder het rollen van een shaggie van het merk Javaanse Jongens licht hij toe, dat hij noodgedwongen is gestopt met die sport. Zijn zere benen willen niet meer. Wel loopt hij nog tal van country line dansfestivals af.’ ‘Jij ook?’ vraagt hij en wijst op zijn Javaanse Jongens. ‘Dank je, ik rook niet.’ Zonder te reageren, vertelt hij verder dat hij het tof vindt om bij die festivals ouwe gabbers te ontmoeten. Voor de fun.

Na een korte zwijgpauze vertrouwt hij me toe, dat hij bij zijn Tour de Country, het niet kan laten zich altijd in zijn favourite outfit te steken. Spontaan staat de oude rot op om zijn zondagse pakkie te showen. Als een ballerina maakt hij een draai van 180 graden om zijn as. Uiteraard is de Hagenaar, overduidelijk te horen aan zijn spraak, op bewondering uit voor zijn Country look waar hij, zeker weten, trots op is. Opvallend genoeg spreekt hij een tikje geaffecteerd. Zeg maar, als met een heet krieltje in zijn mond. Zou ik niet verwacht hebben bij zo'n type man.

Als de zeskoppige band ‘Take me home, country roads’ inzet, gaat hij helemaal uit zijn dak. ‘Thanks Bernie, my friend,’ schreeuwt hij uitzinnig naar het podium. Theatraal steekt hij daarbij zijn duim op naar zijn gabber. ‘Bullshit dat ik daar niet meer kan staan,' wijzend naar de dansende massa. ‘Wat zou ik dat nog verdomd graag willen. Op die vloer staan en voetjes van de grond. Helaas zit dat er niet meer in. Hooguit een stiefkwartiertje houden mijn poten het vol. Gelukkig lukt het me nog wel om er regelmatig bij te zijn. Bij die festivals. Met steeds meer moeite, dat wel.'

Natuurlijk is het de bedoeling dat ik mijn buurman serieus onder de loep neem om hem daarna te complimenteren. Daar rekent de Haagse cowboy op, die er prat opgaat er nog steeds bij te horen. ‘Jij een,’ en schuift zijn Javaanse Jongens mijn richting. ‘Dank je, ik rook niet.’

Theodoor is een lange, magere man met een smal gericht. Op zijn scherpe neus een bril van het model, dat ik zeker twintig jaar geleden als afgedankt in een laatje op zolder heb weggeborgen. Boven zijn dunne lippen een gitzwarte snor met krul naar boven à la Salvador Dali. Verder draagt hij een stoppelbaard van een dag of drie. Zijn hoogglans, pikzwarte paardenstaart komt met gemak onder zijn zwarte cowboyhoed met gele veer tevoorschijn. Opvallend geen enkele tattoo te bekennen. In stijl draagt hij een zwart overhemd met lange mouwen en gele knoopjes. Op de kraag en manchetten kleurige, geel getinte borduursels. Verder in plaats van een dunne leren stropdas om zijn nek, een dubbel geel koord met een grote blinkende metalen knop erop. Om zijn gerimpelde hals hangt een loodzware gouden ketting. Voorts een zwartleren gilet met bijpassende goudgele stiksels, een camel kleurige riem die zijn broek van glanzend leer ophoudt. Zwart uiteraard. Zijn driekwart camel laarzen met dubbele gespen, leren rafels aan de zijkanten en enorme punten die naar de hemel wijzen, maken hem tot een bezienswaardigheid. Een gozer voor wie je je bij het passeren in het Stadshart omdraait.

Waarschijnlijk, omdat ik naar zijn zin niet snel genoeg met mijn juryrapport op de proppen kom, wordt het heerschap ongeduldig. Nadat hij weer een shaggie heeft gedraaid, kijkt hij me aan met een blik in zijn zwarte ogen van ‘komt er nog wat van’. Ik wil geen spelbreker zijn en bedien hem op zijn wenken. Voor zijn outstanding look prijs ik hem de hemel in. ‘Geweldig hoe je eruit ziet, man. Toppie, toppie. Prachtig die kleurcombinatie. Dat zwart, geel en camel. Klasse, Theodoor. Mijn petje af.’ Blij als een kind vraagt hij hoe oud ik hem geef. Ook bij nadere bestudering van zijn lijf en leden blijf ik bij mijn eerste schatting van een eind in de tachtig. Natuurlijk zeg ik, dat ik hem even zeventig geef. Je weet immers maar nooit hoe zo’n Haagse vrije vogel reageert. Of die soms losse handjes heeft. ‘Foutje, my friend. Bijna 78,' reageert hij met een geamuseerde smile op zijn gezicht.

Plotseling houdt de muziek op met spelen. Bernie roept om, dat de buienradar binnen no time zwaar weer aangeeft. Volgens het apparaat gaat het in Scheveningen zo dadelijk spoken. Onweer, bliksem en stortbuien. Alarmfase geel. Hoe jammer hij het ook vindt, ze moeten stoppen met optreden. Heel snel inpakken en wegwezen. ‘Onze apparatuur is namelijk niet regenbestendig.’ Niemand lacht. Integendeel, er klinkt luid boegeroep. ‘We moeten er onmiddellijk een einde aan maken. Nogmaals sorry. We hadden het ook graag anders gewild. Een kwestie van overmacht. Het zij zo. Volgende week zondag zijn we weer in de buurt en treden we op in Naaldwijk. Graag tot dan.’

Ik kijk op mijn horloge en zie dat het net vier uur is. Iedereen kijkt verbijsterd naar de hemel. Totaal niets dreigends aan het firmament. Op zijn Haags gezegd: Helemaal niks aan de knikker. Gedeeltelijke bewolking zoals zo vaak. That's all. Ook Theodoor kijkt omhoog. Zijn gezicht staat op onweer en vloekt z’n gabber met de zachte 'g' stijf. Hij wenst die ongelooflijke schijtluis, die galbak uit het Zuiden, de pestpokken en de vliegende vinkentering. 'Ze hebben in die megatent toch een gigadak boven hun kneiters. Schijterig voor een eventueel spatje op hun cheap gitaartjes. Laat me niet lachen. Flauwe kul en bullshit. Een aanfluiting. Stelletje uitnemers en zakkenvullers die Brabanders. Dat zweer ik je. Volgende week naar Naaldwijk? Ze lijken wel van de pot gerukt. Never nooit van mijn leven zien ze mij daar in dat Westlandse gat. Dood vallen kunnen ze. Omdat zij er de brui aan geven, zit ik in de stront. Waar kan ik verdomme op zondagmiddag om vier uur met mijn kloten terecht? Laten die kloothommels mij dat maar eens komen vertellen. Op de Van Boetzelaerlaan 32 soms? Daar is het hartstikke empty. Geen sterveling in huis. Ruim een jaar is ze dood. Onder de groene zoden op Oud Eik en Duinen ligt ze. Altijd waren we samen, Isabel en ik. Hartstikke kut dat ze er niet meer is.’

Na een minuutje stilte in acht te hebben genomen zeg ik, dat ik weer eens moet opstappen. ‘All the best, Theodoor.’ Haastig maak ik me uit de voeten. Naar huis waar mijn meisje op mij wacht. Hoop ik.

wimquist.nl

 

Column overzicht