Opa

Ruim veertien jaar geleden werd ik opa. Anderhalf jaar later overkwam me dat voor de tweede keer. Weer een wolk van een meisje. Weliswaar ervoer ik het opaschap van meet af aan als een geschenk uit de hemel, maar eerlijk gezegd was het ook wennen. Ik voelde me namelijk voor geen meter opa. In mijn herinnering waren opa's stokoude, uitgebluste mannen. Grijsaards, die dag in dag uit op een stoel zitten te lezen of duimen te draaien. Oudjes, die elke dag aan moeder de vrouw vragen wat de pot vanavond schaft.

Een tijdlang bleef het een vreemde gewaarwording door mijn kleindochters opa te worden genoemd. Onwerkelijk. Alsof het niet mij betrof. Dat neemt overigens niet weg, dat het opa zijn mij ongelooflijk veel plezier heeft gebracht. Op logeerpartijtjes gezellig kaartspelletjes doen en voor het slapen voorlezen. Naar de speeltuin toe of een balletje trappen op een autoluw pleintje. Een verrijking van mijn leven.

 

Zoals het opa's betaamt, heb ook ik vele pretparken afgelopen. In achtbanen heb ik met het klamme zweet in mijn handen duizelingwekkende vrije vallen gemaakt. Ben ik in waterspinnen vele malen over de kop gegaan. Ook het schommelen in Schip Ahoi was reuze spannend, maar eerlijk gezegd, waren de pauzemomentjes van koffie met iets lekkers erbij minstens zo spannend. 

Jaren later maak ik kennis met een nieuw fenomeen. Namelijk, dat jonge mensen in drukke trams en bussen voor mij opstaan. Vanzelfsprekend wilde ik daar absoluut niet aan. Glimlachend zei ik dat ik liever bleef staan. "Mijn benen zijn nog jong." Natuurlijk volgde een beleefd lachje. Pas onlangs zwichtte ik. Het vlees is zwak. In een stampvolle, stikbenauwde bus accepteerde ik de zitplaats die mij door een beeldschone blondine werd aangeboden.

Daar staat tegenover, dat ik als een jonge hond minstens twee keer per week op de padelbanen bij TV Buytenwegh sta. Met andere woorden, zijn opatrekjes deze midden zeventiger ten ene male vreemd. Althans, dat dacht ik. Tot ik onlangs, zittend op een van de grote witte paaseieren op het oergezellige Cadenzaplein in Zoetermeer, door een wildvreemde, vrolijke Surinaamse Nederlander in scootmobiel joviaal werd begroet met: "Hoi, opa." En gelachen dat ik heb.

Wim Quist

 

Column overzicht