Grüss Gott

Meer dan veertig jaar woon ik in Zoetermeer. Gek eigenlijk, dat ik pas onlangs het verscholen schelpenpaadje parallel aan de Voorweg ontdekte. Omdat ik een poosje uit de tennisroulatie ben geweest, was ik een paar kilootjes aangekomen. Niet alleen voelde ik me een zwaargewicht, ook had ik mijn buik vol van de praatjes over vetrollen. Om daar een einde aan te maken, pakte ik de trainingsdraad op. Hardlopen op zondagochtend. Tempo draaien, sprintjes trekken. Gegarandeerd, dat in no time de monden gesnoerd zijn. Bovendien helpt die fitnesstraining om in de padelgroep op mijn tennisvereniging Buytenwegh serieus genomen te worden.

Zondagochtend negen uur is het zover. Gaan voor die banaan op het schelpenpaadje. Gelukkig is het droog. Tot mijn verbazing ben ik niet de enige vroege vogel. Om de haverklap passeren runners mij met een noodvaart. Ook legio wandelaars al dan niet met snuffelende honden. Grappig, dat iedereen elkaar bij het passeren opgewekt een hele goede morgen toewenst. Het lijkt warempel wel Tirol. Natuurlijk wel 'Grüss Gott' en de witte wereld erbij denken.

Jarenlang heb ik met veel plezier in het Oostenrijkse Ehrwald geskied. Op mijn carve ski's zigzaggend naar beneden. Dat was genieten geblazen. Ook heb ik menig maal door het prachtige dal van Ehrwald naar Lermoos gewandeld. Steevast werd ik door iedere voorbijganger of tegenligger met een ‘Grüss Gott’ begroet. Mompelend antwoordde ik iets van ‘auch de Grüsse’. Na een uurtje oefenen was ik soms het eerst met een ‘Grüss Gottje’.

Nooit zal ik die ene witte vakantie in maart van zo’n dertig jaar geleden vergeten. Het leek mij raadzaam om een maand voor de tenniscompetitie mijn conditie op peil te houden. Na een uitgelezen dagje skiën trok ik mijn sportschoenen met noppenzool aan. In een pittig tempo stak ik het dal over naar Lermoos. Een fluitje van een cent dat enkeltje van nauwelijks drie kilometer. Dus zonder rustpauze terug in een straf tempo afgewisseld met korte sprintjes. Alles ging van een leien dakje. Puur genieten in die adembenemende witte wereld, tot ik een paar honderd meter voor de finish plotseling de man met de hamer tegenkwam. Ineens was de pijp helemaal leeg. Niet meer vooruit te branden. Naar lucht happen. Hoe ik thuis gehaald heb, mag joost weten. Dizzy tuimelde ik op mijn bedje. Godzijdank geen 'Grüss Gott' boven, toen ik even later weer licht zag.

Wim Quist

Column overzicht