Failliet

Op een fraai mozaiekbankje aan de Dobbeplas in Zoetermeer zit ik gedachtenloos voor me uit te staren. Rimpelig water, gekrijs van een meeuw, twee dobberende eenden. Dat is het. Alert snellen de eenden mijn richting op voor voedsel. Jammer dat ik niks eetbaars bij me heb. Na een paar minuten tevergeefs tegen me aan te hebben gekwaakt, verdwijnen ze.

Even later komt een hond op me af en begint enthousiast aan me te snuffelen. Een asbakkenras van het zuiverste soort, zoals we vroeger in Den Haag zeiden. Mogelijk dat ooit een van zijn voorouders een golden retriever was. Hij ziet er vies en verwaarloosd uit. Met een wegwezen-gebaar en “kssst kssst” probeer ik de straathond te verjagen. In plaats van zijn biezen te pakken, kijkt hij me aan of ik zijn baasje wil worden.

“Domingo doet niks hoor. Hij vindt jou alleen hartstikke lief. Dat zie ik aan hem,” hoor ik een vrouwenstem achter mij. “By the way, ik heet Jessey.” Ze ziet eruit als een zwerver. Grijs, slierterig, bagger vet haar tot over de schouders, een zwarte joggingbroek vol gaten en vlekken, een verschoten, wijnrood Coq Sportif-trainingsjack en witte gympen uit mijn schooltijd. In haar gelaat een paar prachtige, groene kijkers. Even vijftig schat ik. Haar verroeste Hoogvlietkar is afgeladen met spulletjes. Misschien wel haar hele hebben en houwen. Een zwarte plastic containerzak die uitpuilt van de kleren, zwarte schoenen, sixpack eieren, doosje theezakjes, ontbijtkoek, stokbrood en een fles rode wijn. Vol ongeloof kijk ik naar haar bezit. "Don't worry, be happy," reageert ze.

Plotseling maakt ze een buiging en zingt met een sopraanstem: "De wereld heeft mij failliet verklaard." Ze vraagt of ik die song van Ramses ken. “Natuurlijk. Een evergreen van hem. Vroeger soms operadiva geweest?“ "Mijn vriend, zal ik je eens wat vertellen? Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.” Kennelijk voelt Domingo zich ook toppie, want hij legt zijn twee smerige poten op mijn knieën. Aandoenlijk die poten op mijn knieën, maar omdat ik absoluut geen zin in een stomerij heb, commandeer ik: "af, Domingo." “De wereld heeft mij failliet verklaard. Ik heb me nog nooit zo goed en licht gevoeld als nu,” zingt ze weer loep- en loepzuiver. ”All the best Zoetermeer," fluistert ze glimlachend. "Kom Domingo. We gaan." Braaf sjokt het beest achter baasje aan. Na een paar meter kijkt hij om.

Column overzicht