Welles of nietes

Waar tennissen bij TV Buytenwegh al niet toe kan leiden. De oprichting van het biljartclubje 't Keutje. Een vriendengroep bestaande uit voorzitter Jan Janssen, André Paulusma, Jan Bakker, Ruud van Bemmel, André Mikkelsen, Aad Heemskerk, Tjomme Kortenbroek en ik. Allemaal tennissers die ook graag een balletje stoten. Niet eerder in het 17-jarige jarige bestaan van ons clubje is de competitie zo spannend geweest. Ex aequo zijn namelijk op de eerste plaats geëindigd Ruud, André M, Jan B en ik. Wat nu?

Wat zeggen de regels? Weliswaar zijn alle ogen gericht op voorzitter Jan, maar Aad neemt het voortouw. Hij heeft thuis namelijk wat voorwerk gedaan. Net als ooit, toen Jan B en ik gelijk eindigden en ook het onderlinge resultaat gelijk was, zal het scoringspercentage uitsluitsel moeten geven. Dat wil zeggen, dat de gemaakte caramboles in verliespartijen procentueel worden afgezet tegen de te maken caramboles. Wie het hoogste percentage haalt, wint. Aad had becijferd, dat André en ik het meest kansrijk zijn. Volgens hem hebben Jan en Ruud in hun verliespartijen te veel punten laten liggen. Hij pakt de calculator van tafel en slaat aan het rekenen. Na een poosje is hij eruit. De spanning blijft erin als hij voor de zekerheid de berekening nogmaals doet. Hij slaakt een zucht van verlichting. Voor de tweede maal komt André er nipt als winnaar uit. De gelukkige heeft in zijn verliespartijen zegge en schrijve een carambole meer gescoord dan ik. André kijkt verbaasd om zich heen. Hij kan het niet geloven. Ik snap er ook niets van. Ook ik heb thuis namelijk gecijferd. Daarbij eindigde André keer op keer na mij. Of de onverwachte kampioen de teleurstelling van mijn gezicht las weet ik niet, maar bij mijn felicitatie haalt hij verontschuldigend zijn schouders op. Al dan niet als doekje voor het bloeden, trakteert hij op een rondje met een schaal bitterballen. Bij het kampioensfeestje in het Biljart- en Snookercentrum in Zoetermeer maakt voorzitter Jan de kanttekening, dat de titel voor André onder voorbehoud is. Hij wil thuis op zijn gemak de regels erop nalezen. Met name wil hij weten of er is voorzien in een situatie van meer dan twee spelers die gelijk zijn geeindigd.

Een dag later e-mailt de voormalige wetgevingsjurist dat de zaak gecompliceerd is. Hij stelt dat het principe van het scoringspercentage uitsluitend geldt, als het onderling resultaat van de betrokken spelers gelijk is. In dit geval gaat het om de onderlinge resultaten van de vier kampioenskandidaten. Tegen die achtergrond komt hij In zijn uitgebreide tekst en uitleg tot de conclusie dat niet André, maar ik recht heb op de titel. Het siert André dat hij zich zonder te mekkeren neerlegt bij de opvatting van de voorzitter. Typisch Amsterdamse humor van hem om af te sluiten met de opmerking dat hij het hartstikke leuk vond kampioen voor een dag te zijn geweest. Wel tekent hij aan, dat hij van de nieuwe kampioen verwacht dat die op de eerstvolgende biljartavond trakteert. Enthousiast bericht ik daar geen enkele moeite mee te hebben. Immers, na zeven jaar weer eens een biljarttitel voor mij. Maar je moet niet vragen hoe. Uiteindelijk is Ruud verrassend als tweede uit het rekentuig van Jan gerold. Andere Jan werd drie en de kampoen voor een dag André moet genoegen nemen met een plaats net naast het podium.

 

Wim Quist

Column overzicht