Columnisten

Columnisten zijn er te kust en te keur. In alle kranten kom je ze tegen. Ook mijn krant, het Algemeen Dagblad, doet mee aan die rage. Elke dag is er wel een column te vinden.

Van huis uit ben ik opgegroeid met de Haagsche Courant. Na mijn trouwen was het geen issue dat de HC op de deurmat bleef vallen. Mooie tijden heb ik aan die krant te danken. Wat keek ik bijvoorbeeld lang geleden uit naar de verhalen van Maarten (J.M.A.) Biesheuvel in de zaterdageditie. Smullen. Uit bewondering voor de auteur ging ik naar zijn lezing waarbij Karel van het Reve (de broer van) hem interviewde. Een onvergetelijke happening waar ik nog steeds met plezier aan terug denk. Ook ben ik nog steeds verguld met de handgeschreven en gesigneerde tekst van Biesheuvel die ik eraan heb overgehouden. Fascinerend om in zijn handschrift een stuk tekst in bezit te hebben dat uit zijn boek "In de bovenkooi" komt. Ik kwam het papier laatst tegen bij het ruimen van mijn zolder. Puntgaaf is-ie bewaard gebleven in de kartonnen koker. Bij het zien ervan moest ik aan die onorthodoxe Leidenaar denken. Aan die vreemde vogel met zijn vage glimlach op zijn gezicht. Inmiddels is hij gelouterd en in het bezit van de pc hooftprijs. Die erkenning heeft overigens niet kunnen wegnemen, dat hij nog steeds kampt met periodes van beroerde neerslachtigheid, zoals de auteur die buien noemt. 'Maar mijn lieve vrouw Eva vangt mij altijd op. Zonder haar was ik er allang niet meer geweest,' hoorde ik hem ooit tijdens een radio-interview zeggen.

Toen in 2005 de HC opging in het AD, ben ik de krant trouw gebleven. Wel moest ik behoorlijk wennen aan die nieuwe krant. Zelfs heb ik een paar keer serieus overwogen om op te stappen, maar het "Haagse" in de AD/HC heeft mij daarvan weerhouden. Toen Bart Chabot bovendien op een gegeven moment voor columns werd gestrikt, betekende dat de val van mijn klaagmuur. Per week kwam ik meer in de ban van Chabots feuilleton "Kopzorgen". Pareltjes, die columns van hem. Ik heb ze allemaal uitgeknipt en bewaard. Bij een passende gelegenheid heb ik ze iemand cadeau gedaan. Het opstappen van de schrijver/entertainer bij het AD ging voor mij gepaard met de herrijzenis van mijn klaagmuur. Immers, ik besefte dat opvolgers van het kaliber Chabot dun gezaaid zijn.

Vele, lange jaren van wachten en twijfel verstreken. Er leek geen einde aan te komen. Niet verwonderlijk toch, dat ik zo blij als een kind was, toen een poos geleden mijn verlosser zich aandiende in de persoon van schrijver Tommy Wieringa. Fantastisch om deze zwaargewicht in de Nederlandse literatuur wekelijks als columnist tegen te komen. Daarbij komt, dat ik met heel veel plezier en bewondering voor zijn schrijfkunst "Caesarion" en "Joe Speedboot" had gelezen. Prachtboeken die ik zo uit had. Over zijn boek "Dit zijn de namen" heb ik wat langer gedaan. Ook zijn tv-programma's fascineerden mij. Dat hij zich wel eens verloor in wat intellectueel gebrabbel, nam ik voor lief. Het laat zich eenvoudig raden, dat mijn hart vol verwachting klopte toen ik zijn eerste column onder ogen kreeg.

Inmiddels, vele columns later, ben ik behoorlijk teleurgesteld in hem. Als columnist wel te verstaan. Meestal kan ik aan zijn prietpraat geen touw vastknopen. Abracadabra. Louis van Gaal zou zeggen: is hij nou zo slim, of ben ik zo dom. Hoe dan ook, zegge en schrijve heb ik een column met plezier gelezen. De andere waren in mijn beleving intellectueel gezwam in de ruimte. Moet ik, teleurgesteld als ik in Wieringa ben, dan maar gewoon mijn heil zoeken bij Sjaak Bral in het AD?

Column overzicht