Dafne's race

Wim Quist is erelid van TV Buytenwegh en schrijver van ‘Winnaarstype’, een verhalenbundel over menselijke emoties, liefde, bedrog, passie, vriendschap en asogedrag.

'Kom je ook morgenmiddag naar de tennisclub? Eerst gezellig de clubkampioenschappen in de mannendubbels 55+ en om drie uur Dafne. De finale WK 200 meter vrouwen in Peking.' Mijn, nog maar net van een zomergriep herstelde dubbelpartner Ruud, voorspelt een hoop plezier op de club. 'Daar moet je echt bij zijn. Dat mag je niet missen.'

Om even een uur arriveer ik op het tennispark van TV Buytenwegh. Lekker in het zonnetje kijken naar tennismaatjes. Met een cappuccino en appeltaart-slagroom binnen handbereik. Heerlijk chillen op de bank van het center court en regelmatig applausjes uitdelen. Natuurlijk ook zo nu en dan een foutanalyse. Gezellig met onder meer Ruud, Paul en Aadje. Het leven van een pensionado is zo slecht nog niet.

Tegen kwart voor drie voel ik de spanning in mijn lijf oplopen. Onrustig word ik. Mijn gedachten slingeren van hot naar her, maar steeds monden ze uit bij de finale van Dafne. Tennisleraar/kantinebeheerder Marcel loopt langs en meldt dat alles in gereedheid is gebracht voor de tweehonderd. De beamer is er klaar voor en het scherm is uitgerold. 'Ik geef wel een seintje als het zover is,' roept hij. Ik ga gauw nog even naar het toilet.

Met een mannetje of vijfentwintig zitten we even voor drie voor het scherm. Het is rumoerig in het clubgebouw. Er wordt druk gespeculeerd over de afloop van de wedstrijd. Iedereen heeft er het volste vertrouwen in. In goud welteverstaan. Want, met overmacht de halve finale winnen, dat zegt veel. Dat spreekt boekdelen. Iedereen is het daarover eens en knikt instemmend. Behalve ik. Ik geloof al lang niet meer in sprookjes. Bij lange na ben ik zeker van goud voor de Utrechtse. Opgejaagd voel ik me. Nerveus. Hypernerveus zelfs. 't Liefst wil ik dat alles zo snel mogelijk achter de rug is. Jezus, wat heb ik een stress in mijn lijf. Ik hoop zo dat ze 't redt. 't Is zo'n lekkere, ongekunstelde meid. Natuurlijk is ze berengoed, maar dat is die Jamaicaanse ook. Kan Dafne koel blijven, spookt het in mijn hoofd. Ze is jong. Nog maar 23. Is ze koel genoeg om haar race te lopen die ze samen met haar coach in haar hersenpan heeft opgeslagen? Kan ze haar krachten goed verdelen? Genoeg overhouden voor de laatste vijftig meter? Kan ze dat? Ik word opgeslokt door de zenuwen. Jesus Christus wat een spanning.

Ik heb het niet meer. Ik voel een megadruk op mijn blaas, terwijl ik nog geen kwartier geleden ben geweest. Maar voor toilet is nu geen tijd meer. De race kan elk moment beginnen. Om me heen is iedereen uitbundig. Marcel maant tot stilte voor de start. Plotseling wordt de stilte verbroken door een viertal hijgende tennissers die binnen komen stormen. Ze hebben hun partij onderbroken voor de finale. Onmiddellijk worden de onruststokers tot de orde geroepen en zijn ze, net als iedereen, muisstil. Doodstil is het in het clubgebouw.

En dan is er de knal en weg zijn de acht atletes. Ik schrik me het apelazerus als ik Dafne uit de bocht zie komen. Paniek. Pas als vijfde komt ze aanstormen. 't Lijkt een straatlengte achterstand op die bliksemsnelle Jamaicaanse met de bloemetjes in haar haar. Elaine Thomson heet ze. Als Dafne die meters maar goed kan maken, gonst het in mijn hoofd. Het wordt steeds rumoeriger in het clubgebouw net als in mijn hoofd. Iedereen gilt het uit van de zenuwen. 'Dafne, alles uit de kast,' hoor ik mezelf brullen. Nee, nee, nee. Toch? Op de laatste meters moet ze het weer doen. Ik doe het bijna in mijn broek. Please, do it Dafne. Jesus, Lieve Heer. Ja, ja. Of toch niet?

Ik kon het niet zien toen ze met haar borst vooruit over de finish vloog. Met geen mogelijkheid kon ik waarnemen of haar jump genoeg was om het Jamaicaanse bloemenmeisje vlak voor de streep voorbij te snellen. Zo nipt. Dafne zelf durft ook niet te juichen. Angstig vragend kijkt ze naar omhoog. Naar het scorebord in het stadion.

In het clubgebouw daarentegen juicht iedereen van blijdschap. Iedereen behalve ik. Ik doe niet mee. Ik durf niet. Peentjes zweten, dat doe ik. Eerst wil ik de uitslag zien. Verdomme, waar blijft de uitslag nu toch. De machine is toch niet kapot? Eindelijk verschijnt de uitslag op het scorebord in het stadion van de Chinese hoofdstad. 'Yes,' krijs ik door het dolle heen. 1 Schippers 21,63. Slechts 0,03 verschil met Elaine. Goud! Een orkaan van vreugde barst los op de tennisclub. Wat geweldig. Wat is dat genieten. Ruud heeft gelijk gekregen. Brok in mijn keel. Snik, snik. Ik voel me alsof ik zojuist op mijn 71-ste tot algemeen clubkampioen van TV Buytenwegh ben gekroond.

wimquist.nl

Column overzicht