Column Wim Quist: Prettig gestoord

Wim Quist

Niet toevallig rijd ik naar de Fred. Oftewel naar de Frederik Hendriklaan in het chique Statenkwartier van de residentie. Ik had namelijk in het AD gelezen dat schrijver-dichter Bart Chabot bij boekhandel Paagman zijn nieuwe boek zal presenteren. Dat klonk mij als komt-dat-zien in de oren. Voor mij is hij namelijk een voorbeeld van een prettig gestoord mens. Het lijkt mij spannend om die onorthodoxe Hagenees een keer live mee te maken.

Tegen mijn gewoonte in ben ik een paar minuten te laat. Het is stervensdruk bij de voorname boekwinkel. Allemaal gekomen voor Chabot. Brutaal wring ik mij door de menigte om in de buurt van het podium te komen. De hoofdrolspeler heeft net afgetrapt. En hoe. Met tomeloze energie draagt hij voor uit zijn boek. Heel zijn lichaam doet mee. Wilde bewegingen met hoofd en handen. Precies als op de TV duwt hij om de haverklap zijn zware bril op zijn plek. Heel veel Haagse humor op de bühne. Als extraatjes schudt hij namelijk de ene anekdote na de andere uit zijn mouw. Iedereen ligt in een deuk. Ook ik heb het niet meer en plas bijna in mijn broek van het lachen. Na een half uurtje last hij een korte pauze in voor een paar slokjes water en schrapen van zijn keel. Daarna vervolgt hij met dezelfde bevlogenheid zijn show. Weer is het volop lachen, gieren, brullen met Bart.


Natuurlijk gaan zijn boeken als dank voor zijn ludieke optreden grif van de hand. Als broodjes Unox in het Thialf-stadion in Heerenveen tijdens een WK schaatsen. Voor iedereen in de lange rij krabbelt hij op zijn gemak een paar woorden in het boek, signeert hij en schudt hij de gelukkigen de hand. Gebruikmakend van mijn ellebogen ben ik geleidelijk aan opgerukt tot vlak bij Bart. Tot op meeluisterhoogte. Net op tijd, want een bloedstollend mooie meid van net in de twintig is bijna aan de beurt. Kaarsrecht, met haar blote schouders naar achter om zo goed mogelijk voor de dag te komen, staat de spetter van zo'n 1.75 lang geduldig te wachten.


Ik had haar overigens al een poosje geleden gespot. Sterker nog, sinds zij op mijn netvlies zit, heb ik moeite om bij Chabot te blijven. Me los te maken van die ranke, kortgerokte brunette met sluik haar tot over haar schouders en lange, slanke benen in sexy zwarte panty's. Dat adembenemende, lekkere ding op naaldhakken waar mijn lief zich dertig jaar geleden voor het laatst op heeft gewaagd, staat vlak naast me. Heerlijk ruikt ze. Verleidelijk. Echt een geurtje om voor thuis te onthouden. Ik zou haar zo kunnen aanraken, maar dat doe ik natuurlijk niet. Dat is ongepast in zo'n chique zaak. Typisch een meid om een keer yoghurt met muesli mee te willen eten.


Het lijkt wel of haar sensuele roze lippen van opwinding beginnen te tuiten nu het haar beurt is voor een paar lieve woordjes en een handtekening in haar boek. Nadat Chabot in het exemplaar van een hoogbejaarde vrouw zijn handtekening heeft geplaatst en haar de hand heeft geschud, kijkt hij naar omhoog voor de volgende signeerkandidaat.
Hij schrikt zich te pletter als hij de sexbom in het zwart met volle, roze lippen en licht uitstekende jukbeenderen voor zich ziet. Als hij in haar melancholieke, groene ogen kijkt, is hij op slag verkocht. Hoteldebotel. Van pure emotie begint hij op zijn bureaustoel te wippen en te snuiven. Nerveus likt hij zijn lippen vochtig. In zijn hals verschijnen in sneltreinvaart volop rode vlekken. Ook houdt hij het niet droog op zijn voorhoofd en onder zijn oksels. Zijn ogen schieten vuur van begeerte.


Even later lijkt het dat hij zichzelf weer onder controle heeft gekregen. Intiem, met een fluisterstem, vraagt hij hoe ze ook al weer heet. 'Moosje,' zegt ze bedeesd. 'Moosje?' 'Ja meneer Chabot. Zo heet ik.' 'Zal ik iets persoonlijks voor jou in het boek schrijven liefje? Maar eerst moet je beloven, me bij mijn voornaam te noemen. Moosje, voor jou ben ik Bart.’ 'Ja meneer....., ik bedoel Bart.'


Bij het horen van zijn voornaam uit haar sensuele mond met een rij tanden waar haar orthodontist goud aan moet hebben verdiend, slaat de vonk opnieuw over. In alle hevigheid. Hij heeft het niet meer. Overduidelijk is, dat hij ook maar een man van vlees en bloed is. Plotseling, alsof hij zich realiseert dat hij ‘en plein public is’, schudt hij een paar keer heftig met zijn hoofd. Het van zich afschudden van zijn stoute droom helpt; hij is weer bij zinnen. Wederom op fluistertoon zegt hij: 'Nou Moosje, daar ga je dan.'


Plots explodeert het podiumdier opnieuw. Weer slaat hij op tilt. Ditmaal lijkt het of alle stoppen bij hem zijn doorgeslagen. Als een bezetene begint hij in haar boek te schrijven. Driftig met een dikke, zwarte viltstift krast hij de hele pagina vol. Met een onstuimige handtekening beëindigt hij zijn eruptie.
'Alsjeblieft Moosje. Voor jou, van Bart,' zegt hij heel sereen en overhandigt haar met een diepe buiging het boek. Beduusd slaat ze de bladzijde op waarop hij zich zojuist zo wild heeft afgereageerd. Na een paar seconden vraagt hij: 'En liefje, kan je het een beetje lezen?' Beteuterd antwoordt ze: 'Geen woord, meneer.' 'Ik ook niet, Moosje,' zegt hij bloedserieus en barst vervolgens in brullen uit.


Wim Quist

 

Wim Quist is erelid van TV Buytenwegh en schrijver van ‘Winnaarstype’. In dit boek over emoties, liefde, bedrog, passie, vriendschap en asogedrag gebruikt hij de tennisbaan nogal eens als decor.

 

Column overzicht