Column Wim Quist: Om nooit te vergeten

Mijn laatste competitiewedstrijd. Volgens mijn broer Rein zou het wel eens een emotionele dag voor mij kunnen worden. Kan zijn, maar ik zie er totaal niet tegenop. Ik zie wel. Uit tegen United Service in Hellevoetsluis. Half negen verzamelen bij Buytenwegh, om tien uur spelen. Volgens captain Tjomme kan het een latertje worden.

Uit betrouwbare bron heeft hij namelijk vernomen dat we onze zes partijen op anderhalve baan moeten afwerken.

Natuurlijk heb ik mij serieus voorbereid. Sympathiek overigens dat ik in de single ben opgesteld. Uiteraard als vierde man. Dat is de laatste twee jaar mijn plek. Gelukkig wilde teamgenoot Robin twee uurtjes met mij sparren. Met de dinsdagavondgroep vervolgens lekker gedubbeld. Daarnaast heb ik weer eens ouderwets gedribbeld. In de tuin zoals vroeger. Een paar keer per dag vijf minuten voluit ‘droogsprinten’. Voor het betere voetenwerk. Maar eigenlijk nog meer om de taartjes van de patisserie - open van 11 tot 18 uur - van het ultra all inclusive park in Marmaris Turkije weg te werken. Stiekem natuurlijk dat dribbelen, want mijn lief zou mij onmiddellijk voor gek verklaren. Los daarvan heb ik haar bevlieging, om de inderdaad dikke buxushaag in de voortuin met wortel en al te elimineren, resoluut getorpedeerd. Op z’n vroegst doe ik dat daags na de wedstrijd. Ze lijkt wel niet goed snik, mij met zo’n rotklus vlak voor mijn laatste wedstrijd op te zadelen. Nee, ik wil geen enkel risico lopen met mijn rug. Het gaat daar de laatste tijd juist zo lekker mee. Met haar pies naar de dokter kan ze, heb ik haar te verstaan gegeven.

Op De Dag om zeven uur opstaan. Alles op mijn gemakkie. Tas inpakken (banaan, drinken en Dextro niet vergeten), wassen, scheren, eten en föhnen. Dat laatste niet om die paar sliertjes haar op mijn hoofd in het gareel te brengen, maar om die verdomde waas in mijn ogen weg te blazen. Op de slechte-ogen-site heb ik namelijk gelezen dat een minuut oogföhnen wel eens helpt.

Klokslag half tien komen we aan op het park van United Service en worden we door drie vrolijke veertigers hartelijk begroet. Hun vierde man Ron is er nog niet. In tegenstelling tot Tjommes bron, kunnen we direct op vier banen beginnen. Direct beginnen? Ik schrik mij het apelazerus, omdat de waas in mijn ogen bij lange na niet is weggeföhnd. Het minuutje thuisföhnen heeft totaal geen effect gesorteerd. Een fog rondom mij waar Jack the Ripper bij het beramen van zijn moordplannen jaloers op zou zijn geweest.

Misschien heb ik geluk en komt hun nummer vier een paar uur te laat opdagen. Dat hij gewoon even de kluts kwijt is. Of, dat hij na een uit de hand gelopen avondje stappen, een poos spoorloos is. Want, door het drietal uit Hellevoetsluis werd namelijk nogal lacherig gedaan over de absentie van Ron. Als de sodemieter naar de kleedkamer. Op zoek naar een föhn. Wel een aangebroken flesje shampoo en een uitgeknepen flacon doucheschuim, maar een blower, ho maar. Zal je altijd zien dat het aloude United Service - sinds 1894 - geen vijfsterren ultra all inclusive tennisclub is. Heb ik weer.

Even later word ik bij de les geroepen, omdat mijn tegenstander is gearriveerd. Ron wil onmiddellijk de baan op. Vanuit mijn ooghoeken zie ik, dat hij er bepaald niet naar uitziet dat hij gisteravond als een balletje in zijn bedje is gerold. Integendeel, de begin vijftiger maakt opgeruimd grapjes. Fatsoenshalve lach ik met zijn grapje mee, dat hij deze keer het liefst een vluggertje doet, omdat we dan voor de plensbui klaarkomen.

Inderdaad is het vies, somber en dreigend buiten. In- en intriest is het met die asgrijze lucht en een miezerregentje waar het chagrijn vanaf druipt. Geen sterveling buiten te bekennen. Een troosteloos, uitgestorven park. Na een paar minuten inspeeltijd win ik de toss. Na ruim twee uur spelen in het duister en tegen het einde met regenspatten op mijn bril, zit het erop. In stijl heb ik verloren. Namelijk weer in drie sets. Was het dat dan?

Anderhalf uur later zitten we luidruchtig aan het bier en de bitterballen. We hebben weliswaar met 4-2 verloren, maar niemand maalt daarom. Geen degradatiezorgen. Ondanks zijn pak slaag op de baan heeft Jan J het geweldig naar de zin. Achteloos schudt hij een anekdote uit zijn mouw. Over onze vermeende degradatie ergens in de vorige eeuw. Hij vraagt me hoe dat verhaal ook al weer heet. Ook informeert hij of ik toevallig een boek bij me heb. Dat treft, want ik heb er altijd een in mijn tennistas. Voor het geval dat. Tot ieders genoegen leest Jan episodes voor uit het verhaal ‘En gelachen dat ik heb’. Jan is in vorm. In bloedvorm zelfs. Foutloos en smeuïg alsof hij uit eigen werk leest. En gelachen dat ze hebben. Leuk dat Ron het voorleesboek spontaan koopt. Als aandenken. Uiteraard gesigneerd en een paar persoonlijke woorden.

Nee, voor mij geen gezellig afsluitend etentje op Buytenwegh. Daar staat mijn hoofd absoluut niet naar. Rechtstreeks door naar huis. Alleen zijn wil ik. Elly is niet thuis weet ik. Op zondagmiddag als ik uit speel vliegt ze uit. Moederziel alleen thuis dus. Heerlijk ongestoord mijn gedachten de vrije loop laten. Mijn hoofd leeg maken.

Mijn recept hiervoor is momenteel de muziek van Richard Wagner. (Entschuldigung Johann Sebastian, mein Freund) Meeslepend, aangrijpend, eindeloos. Tristan und Isolde bijvoorbeeld. Onderdompelen in de beklemmende prelude. Het naderende onheil. De emotie toelaten. Me in de hemel wanen bij de aria ‘Liebestod’. Kippenvel. Door dirigent, pianist, componist, muziekpedagoog en hoogleraar Reinbert de Leeuw bejubeld als wonderbaarlijk, onaards. Volgens de Amerikaanse mezzosopraan Jessey Norman simpelweg: schöner gib’s nicht.

Ik weet niet waarom die melancholie, dat somberen me altijd heeft gefascineerd. In muziek, in literatuur. In mijn rebel-without-a-cause-periode, las ik auteurs als Maarten Biesheuvel, Jan Arends en Heere Heeresma. Stuk voor stuk zwartkijkers van het zuiverste soort. Zwaarmoedig en deprimerend waren ze, die verhalen. Maar, wonderwel genoot ik er intens van. In vijftig jaar tijd is daar gek genoeg weinig in veranderd. Nu is het Jan Siebelink die mij mateloos boeit. Die mij de weg wijst naar hel en verdoemenis. Genieten van bijvoorbeeld: Knielen op een bed violen, Het lichaam van Clara, Engelen van het duister.

Is het tegen die achtergrond toeval dat mijn laatste partij in mineur is geëindigd? Dat ik mijn competitie in het duister heb volbracht? Op de keper beschouwd komt die verliespartij als geroepen. Past ie perfect in het beeld. Stel dat ik had gezegevierd en als een Messi na de Champions League Finale op de schouders was gegaan. Wat dan? Twijfel? Twijfel over de juistheid van mijn beslissing om te stoppen? God zal het weten. Hoe dan ook, ik heb vrede met het duistere einde. Voor mijn gevoel een waardige afsluiting. Sterker nog, een die op mijn lijf geschreven is.

Ten slotte duizend maal dank aan al mijn (ex-)teamgenoten voor de 34 prachtige tennisjaren. Voor al het moois dat competitietennis mij heeft gebracht. Natuurlijk ook de TV Buytenwegh hartstikke bedankt die dat mogelijk heeft gemaakt. Om nooit te vergeten.

wimquist.nl

 

 

 

Column overzicht