Columns Wim Quist: Het is mooi geweest

Wim Quist
Een beetje depri word ik ervan. Van die schouderkopjes van mijn teamgenoten na afloop van alweer een verliespartij. Van “hartstikke goed gespeeld”, terwijl dat zwaar ondermaats was. Van “je zat er dichtbij”, terwijl ik van de baan werd gemept. “Van jammer, jammer, jammer, maar volgende keer beter”. Tegelijkertijd besef ik, dat ze goed bedoeld zijn, die schouderklopjes. Als steun. Elkaar bijstaan. Zo zitten Tjomme, Ruud, Jan, Robin, Jan, Jaap, Hans en Rein in elkaar. Stuk voor stuk moordgasten zijn ‘t. Niets dan lof, maar mijn natuur gaat zich steeds meer verzetten. Mijn genen maken oorlog; ze pikken het niet langer. Ze roepen dat alsmaar verliezen niets voor mij is. Dat ik daarvoor niet in de tenniswieg ben gelegd. Om in de competitie puntloos te blijven. Chagrijnig word ik ervan.

Ik kan er niets aan doen. Het zit nu eenmaal niet in mijn bloed om in een competitie te spelen voor het spelen. Presteren wil ik en punten pakken. Bovendien komt het mij de strot uit om wekelijks te moeten zeggen dat het weer helemaal niks was. Dat ben ik niet gewend. Schijtziek word ik ervan. Daarnaast gaat het steeds meer aan me knagen om als een angsthaas de baan op te gaan. Met afgezakte schouders en een maag die schreeuwt om zuurremmers. Gespannen en onzeker, omdat mijn vizier niet meer scherp te stellen is. De laatste jaren laten mijn ogen het namelijk behoorlijk afweten. Als bovendien het decor achter de baseline bestaat uit wuivende bladerpartijen die de bal om de haverklap laten verdwijnen, krijg ik acuut de zenuwen.

Eigenlijk al een hele poos echoot het in mijn hoofd dat ik moet stoppen met die crime. Te erkennen, dat het tijd wordt om de vertoning te staken. Onlangs, na weer een verliespartij, heb ik de knoop doorgehakt. Finito. Einde. Over en sluiten. Eerder dan ik had gedacht. Na 34 jaar en zo’n 400 partijen ben ik klaar met competitietennis.

Als ik terugkijk, dan zie ik bijna alleen maar gouden jaren. Hartstikke cool en vet geweest, zouden mijn kleindochters Juliëne en Dionne zeggen. Gigantisch veel plezier met zang, bitterballen, wijn en bier. Met kampioenschappen, met kameraadschap. Ook hartstikke geinig is, dat het me een boek vol tennisanekdotes heeft opgeleverd. Wie kan me dat nazeggen? En last but not least heb ik er vriendschappen aan overgehouden. Vriendschappen om heel lang op te kunnen teren. Zoals gezegd, het is mooi geweest. Maar ik had zo graag op mijn tachtigste nog een keer kampioen willen worden. Snik, snik.

wimquist.nl

Column overzicht